0642588522 info@eytopdesign.nl
Selecteer een pagina

Illustratie

Donor project

Met dit project wil ik mensen meer inzicht geven in de vragen en of angsten die opkomen wanneer men denkt aan orgaandonatie.

Expositie in Academie Minerva Groningen

Wanneer wel donor, wanneer niet?

Orgaan- en/of weefseldonatie is lang niet altijd mogelijk. Pas op het moment van overlijden stelt een arts vast of iemand daadwerkelijk donor kan zijn. Factoren die bij deze beoordeling een rol spelen, zijn het moment, de plaats en de oorzaak van het overlijden.

Wel of geen zuurstof?
Een belangrijk verschil tussen donatie van organen en van weefsels heeft te maken met de toevoer van zuurstof. Organen hebben constant zuurstofrijk bloed nodig om geschikt te blijven voor transplantatie. Daarom wordt bij orgaandonatie een hersendode donor kunstmatig beademd, zodat het bloed blijft circuleren. Orgaandonatie is dus vaak alleen mogelijk als iemand is overleden in een ziekenhuis.

DCD (non-heartbeating donatie)
Soms kan iemand die overlijdt aan een hartstilstand toch organen doneren. Die persoon moet dan een hartstilstand hebben gekregen in een ziekenhuis. Een arts doorspoelt dan de organen met een speciale conserveringsvloeistof, waardoor ze goed blijven voor transplantatie. Dit moet meteen na de hartstilstand gebeuren, anders is transplantatie niet meer mogelijk. Deze orgaandonatie heet DCD.

Weefseldonatie
Bij weefseldonatie is zuurstofrijk bloed niet belangrijk. Donatie van weefsels kan daarom bijna altijd, ook als iemand thuis overlijdt.

Donatie bij leven

Veel mensen zijn ziek omdat een van hun organen niet of maar beperkt functioneert. Orgaandonatie kan in veel gevallen levens redden en de kwaliteit van leven verbeteren. In Nederland is een tekort aan donororganen van mensen die overleden zijn (postmortale donororganen). Hierdoor besluiten steeds meer mensen tijdens hun leven een orgaan af te staan: donatie bij leven. Orgaandonatie bij leven is in Nederland mogelijk met een nier en een deel van de lever.

Welke organen en weefsels kun je tijdens je leven afstaan?
Een nier, een deel van de lever, stamcellen en bloed. Familieleden kunnen een gedeelte van hun lever afstaan aan een verwante met een ernstige leveraandoening. Met name bij ouders en kinderen gebeurt dit. In het buitenland worden al longtransplantaties uitgevoerd met longkwabben van levende donoren. Twee donoren staan elk een longkwab af ter vervanging van de beide zieke longen van een patiënt. In Nederland gebeurt dit nog niet.

Kan ik nog donor worden als ik ongezond leef?

Ja, in veel gevallen wel. Een patiënt met een dodelijke taaislijmziekte maakt meer kans om te overleven met longen van een roker dan met zijn eigen zieke longen. En voor iemand die door een ernstige ziekte alleen nog kan worden geholpen met een nieuwe lever, maakt het niet uit of zijn donor tijdens zijn leven alcohol dronk.Roken of drinken hoeft dus niet meteen te betekenen dat iemand zijn of haar organen niet kan doneren. Wat wel belangrijk is, is dat het orgaan nog geschikt is om te worden getransplanteerd. Een arts zal dit vooraf goed onderzoeken.

Hoeveel levens kan één donor redden?

Eén donor kan 8 levens redden. Wanneer een donor alle organen kan doneren, is het mogelijk 8 levens te redden. Het hart, twee nieren, twee longen, lever, alvleesklier en dunne darm. Gemiddeld doneert een donor drie organen.

Welke organen en weefsels kan ik doneren?
Organen die je na je dood kunt doneren zijn lever, longen, hart, nieren, alvleesklier (pancreas) en dunne darm. Bij leven is het mogelijk een nier, een deel van de lever en sinds kort in een enkel geval ook een deel van de longen te doneren.Weefsels die je na je dood kunt doneren zijn huid, hoornvliezen (cornea), botweefsel inclusief pezen en kraakbeen, hartkleppen en bloedvaten.

Hoe ziet het lichaam eruit na de donatie?

Het uitnemen van organen en weefsels gebeurt met grote zorgvuldigheid en aandacht voor het uiterlijk van de overledene. Behalve de technische zorg voor een succesvolle transplantatie wordt altijd veel aandacht besteed aan het aspect van de menselijke waardigheid. Het lichaam van de donor zal altijd toonbaar blijven voor opbaring. Er wordt niets weggenomen op plaatsen die zichtbaar zijn als iemand opgebaard wordt. Dus nooit in het gezicht, in de hals of aan de handen. Na de operatie worden de wonden zorgvuldig gehecht en met pleisters afgedekt. Wel moeten nabestaanden van een donor van organen bedacht zijn op de bleke kleur van de overledene. Dat komt door bloedverlies bij de uitname-operatie. Deze bleke kleur kan desgewenst worden gecamoufleerd door het verplegend personeel of de begrafenisondernemer.

Het lichaam van de donor kan na donatie gewoon worden opgebaard, thuis of in een rouwcentrum. Thuis opbaren is altijd mogelijk. Na donatie keert het lichaam terug naar de nabestaanden en kan dan worden begraven of gecremeerd. De begrafenis of crematie hoeft niet uitgesteld te worden vanwege de donatieprocedure en kan op het gewone tijdstip plaatsvinden. De overledene blijft soms een halve tot een hele dag langer in het ziekenhuis. Dit hangt af van wat wordt gedoneerd.

Waarom is donorregistratie zo belangrijk?

Als je je keuze in het Donorregister vastlegt, weet je zeker dat er na je overlijden gebeurt wat jij wenst. In het register staat immers altijd je meest recente keuze. Je keuze laten weten via bijvoorbeeld een app (applicatie op mobiele telefoon) kan ook, maar is niet rechtsgeldig omdat die niet is voorzien van je (digitale) handtekening.

Vóór 1998 droegen mensen een donorcodicil bij zich om te laten weten dat ze organen en weefsels wilden doneren. Dat codicil moesten ze altijd bij de hand hebben, want hun keuze was nergens anders vastgelegd. Artsen konden bij overlijden niet op een andere manier zien of iemand donor wilde zijn. Dit was een van de redenen dat het Donorregister is opgericht. Zo kan de keuze om donor te worden (of juist niet) centraal worden vastgelegd, in een bestand waar artsen 24 uur per dag kunnen zien wat iemand heeft besloten. Alléén bevoegde artsen mogen dit doen, na het overlijden. Het Donorregister geeft nooit informatie aan derden, en gaat altijd zorgvuldig met je gegevens om. Niet alleen bij je keuze, ook wat betreft je persoonlijke gegevens worden de wettelijke richtlijnen rondom privacy altijd in acht genomen. Het vastleggen van de keuze geeft duidelijkheid en zekerheid aan iedereen die bij donatie is betrokken. Omdat het Donorregister is gekoppeld aan de gemeentelijke basisadministratie, zijn adresgegevens ook altijd actueel. Een adreswijziging doorgeven is daarom niet nodig.

Wat is hersendood?

Hersenen hebben constant zuurstofrijk bloed nodig. Als de hersenen – bij een normale lichaamstemperatuur en zonder beïnvloeding van medicijnen – langer dan een paar minuten geen zuurstofrijk bloed krijgen, zijn ze totaal beschadigd. Hierdoor vallen alle hersenfuncties voor altijd uit. Zelfs met kunstmatige beademing en medicijnen kan het bloed de hersenen niet meer bereiken. Het blijven behandelen is dan zinloos. De hersendode persoon is overleden. Iemand is hersendood wanneer er sprake is van onherstelbaar en volledig functieverlies van de hersenen en de hersenstam inclusief het verlengde merg. De persoon kan niet meer zelfstandig ademhalen. Alle hersenfuncties zijn uitgevallen en het lichaam kan de bloeddruk en temperatuur niet meer regelen. Hersendood wordt alleen vastgesteld bij een dodelijk hersenletsel. De oorzaak daarvan moet bekend zijn en niet behandelbaar, bijvoorbeeld als gevolg van een hersenbloeding, een (verkeers)ongeval of een primaire hersentumor.

Wat zijn de gemiddelde wachttijden voor een orgaan?

De wachttijd per orgaan varieert van week tot week en is o.a. afhankelijk van het aantal patiënten op de wachtlijst en het aanbod van organen. Het is dus niet mogelijk precies aan te geven hoe lang iemand op de wachtlijst staat voor een orgaan.

Tekort aan organen

In Nederland wachten meer dan 1200 mensen op een nieuw orgaan. En bijna drie miljoen mensen hebben laten vastleggen dat ze donor willen zijn. Dat lijkt genoeg om de wachtlijsten weg te werken. Toch gaan er nog veel mensen dood terwijl ze wachten op een nieuw orgaan. Hoe komt het dat er nog steeds een tekort is?

Intensive care
Dat komt met name omdat niet iedereen na zijn dood organen kan doneren. Daarvoor moet iemand altijd in het ziekenhuis overlijden, vaak op een intensive care. Omdat de speciale omstandigheden om organen te kunnen doneren niet zo vaak voorkomen zijn er per jaar maar een paar honderd orgaandonoren.

Tijd voor koffie?
Mail ons

Stel jouw vraag hieronder en wij nemen zo spoedig mogelijk contact met jou op.
Op werkdagen binnen 24 uur.

12 + 9 =